
Meerdink kan zich in rijtje voegen: deze vaders en zonen kwamen uit voor Oranje
Nu hij zijn eerste oproep voor het Nederlands elftal heeft ontvangen, kan Mexx Meerdink in de voetsporen treden van zijn vader Martijn. Maakt de jonge spits zijn debuut tegen Malta of Finland, dan schaart hij zich in een mooi rijtje van vaders en zonen die beiden het Oranje-shirt hebben gedragen. VoetbalPrimeur deelt een overzicht.
De eerste international in de geschiedenis wiens vader ook voor Nederland speelde, was Jan Everse jr. De toenmalig speler van Feyenoord debuteerde op 30 april 1975 in en tegen België voor het Nederlands elftal. In totaal kwam hij tot twee interlands, één minder dan zijn vader.
Op dat moment had Martin Koeman zijn enige interland voor Oranje al gespeeld. De vader van de huidige bondscoach én assistent-bondscoach viel op 12 april 1964 zeventien minuten in tegen Oostenrijk. In zijn voetsporen traden negentien jaar later zijn beide zoons. Zowel Ronald als Erwin Koeman debuteerde in een oefeninterland tegen Zweden. Het begin van een tijdperk, want het duo was in 1988 onderdeel van het grootste succes uit de geschiedenis van Oranje, namelijk de EK-winst.

Diezelfde gebroeders Koeman besloten voor de komende interlandperiode Meerdink op te roepen. De spits van AZ kan in de voetsporen treden van zijn vader Martijn, die ooit één interland in het shirt van Oranje speelde. Wie ook één duel voor Nederland op zijn naam heeft staan, is Wim van der Gijp. In 1982 werd hij opgevolgd door René, die de familie Van der Gijp in het rijtje met vaders en zoons in Oranje voegde. Daarin horen ook Jan en Youri Mulder thuis, die tot respectievelijk vijf en negen interlands kwamen.
Eén van de meest bekende vader/zoon-opvolgingen is die van de familie Cruijff. Op 24 april 1996 waren alle ogen gericht op Jordi, die tegen Duitsland in de voetsporen van de legendarische Johan trad. Dat jaar kwam de jongste van de Cruijff-telg in totaal tot negen interlands voor Oranje, maar zo groot als zijn vader werd hij niet. Johan begon zijn interlandcarriêre als negentienjarige speler van Ajax, zette Nederland wereldwijd op de kaart, schopte het uiteindelijk tot het aanvoerderschap én een WK-finale. Op 26 oktober 1977 speelde Cruijff senior zijn laatste interland voor Oranje.

Een wat meer recentere familienaam die zich in het illustere rijtje voegde, is die van De Jong. Vader Jerry kwam als speler van PSV tot drie interlands onder bondscoach Rinus Michels, terwijl zoon Nigel dertien jaar na hem debuteerde met een invalbeurt tegen Frankrijk. Uiteindelijk kwam de oud-speler van onder meer Ajax, Manchester City en AC Milan tot 81 interlands, waaronder de verloren WK-finale van 2010. Vandaag de dag is hij de directeur topvoetbal binnen de KNVB.
Ook Daley Blind zorgde er nog niet zolang geleden voor dat zijn achternaam in dit rijtje staat. De inmiddels gestopte international heeft 108 wedstrijden voor Oranje gespeeld, waaronder zelfs enkele onder zijn vader Danny. Laatstgenoemde kwam zelf tot 42 interlands in het shirt van Oranje.
In zijn tijd bij Ajax had Blind één teamgenoot met wie hij de statistiek gemeen had, namelijk Steven Berghuis. In januari 2017 maakte de linkspoot als speler van Watford zijn debuut voor Oranje. Daarmee volgde hij vader Frank op, die zichzelf eenvoudig international mag noemen. Inmiddels staat de teller voor Steven op 46 interlands. Al even ontbreekt hij in de selecties van Nederland, maar op weg naar het WK van 2026 mikte de aanvaller annex aanvallende middenvelder nog op een terugkeer.
De (voorlopige) laatsten in het rijtje zijn Patrick en Justin Kluivert. Laatstgenoemde volgde de voormalig topscorer aller tijden van Oranje op achttienjarige leeftijd op als Oranje-international. Even verdween Justin weer uit beeld, maar nu lijkt hij een vaste waarde te zijn geworden in de selectie van Koeman. Komende interlandperiode komt hij Meerdink tegen in Zeist. Wellicht wordt het rijtje dan aangevuld terwijl de twee samen op het veld staan.


















