
Ajax breekt met Heitinga: vijf uitgediepte kandidaat-trainers voor Ajax
Het hoge woord is eruit: Ajax en John Heitinga zijn uit elkaar. De Amsterdammers moeten voor de tweede keer in korte tijd en voor de zesde keer in vier seizoenen op zoek naar een nieuwe hoofdtrainer. Hoog tijd voor een diepte-analyse van VoetbalPrimeur: dít zijn vijf interessante kandidaten, inclusief hun speelwijze.
Door Lars Visser
Om te beginnen is het belangrijk om een aantal basisprincipes vast te stellen voor potentiële trainers. Er is gekozen voor trainers die een voorkeur hebben voor een speelstijl die in grote lijnen bij Ajax past, waarbij vaak wordt gespeeld in een 4-3-3-formatie of 4-2-3-1-formatie.
Toch is een formatie tegenwoordig niet meer bepalend. In het hedendaagse voetbal speelt vrijwel elke ploeg meerdere systemen binnen één wedstrijd. Zo verschillen de formaties vaak tussen aanvallen en verdedigen, maar ook binnen het aanvallen zie je vaak - afhankelijk van waar er op het veld gespeeld wordt - dat de formatie zich naar gelang de situatie aanpast.
Vandaar dat er ook een aantal trainers bij zitten die in een andere startformatie opereren, maar wel vergelijkbare principes hanteren of hebben aangetoond tactisch variabel te kunnen zijn, en dus ook een 4-3-3-systeem kunnen hanteren. Een analyse door VoetbalPrimeur van vijf topkandidaten als hoofdtrainer van Ajax.
Liam Rosenior
• Geboorteplaats: Londen, Engeland
• Leeftijd: 41 jaar
• Meest recente club: RC Strasbourg
• Actief als hoofdtrainer: drie jaar
• Contract tot: juni 2029
Liam Rosenior begon zijn carrière in Engeland als assistent-trainer van Wayne Rooney bij Derby County. Na het ontslag van Rooney werd hij daar direct interim-trainer en na de komst van Paul Warne vertrok hij, om aan de slag te gaan bij Hull City. Met die club liep hij de Championship play-offs mis en dat kostte hem na anderhalf jaar de kop. RC Strasbourg, zusterclub van Chelsea, pikte hem op en sindsdien doet de Franse club het onder leiding van Rosenior meer dan verdienstelijk: in zijn eerste seizoen eindigde hij op de zevende plek en op dit moment staat de club opnieuw zevende in de Ligue 1.
Speelwijze - aanvallend
Strasbourg speelt onder Rosenior goed voetbal, dat is onmiskenbaar, met een aantal interessante tactische oplossingen vanuit een 4-2-3-1-formatie. In de opbouw zien we bij Rosenior een zeer grote rol weggelegd voor de doelman: de beide centrale verdedigers gaan vaak ver uit elkaar staan, met de doelman ertussen als echte veldspeler. Daarvoor staan meestal twee controleurs, om zo de tegenstander uit te lokken tot hoge druk.
Afhankelijk van de tegenstander wordt er op verschillende manieren opgebouwd, maar veelal zien we dat al vroegtijdig de linksback hoger op het veld gaat staan en de linksbuiten een vierkant op het middenveld vormgeeft. Ondertussen neemt de rechtsback een vrij traditionele positie in. De nummer 10 neemt vaak plaats in de rechter halfspace (de ruimte tussen de flank en het centrum), terwijl de rechtsbuiten het veld breed en lang houdt.
Op die manier probeert Rosenior zijn sterkere rechterkant al vroeg in het spel aan de bal te krijgen. Maar, hierin zoekt hij echt nadrukkelijk in elke wedstrijd de beste oplossing. En hij is bereid van formatie te wisselen, zo zien we ook wel eens formaties met drie verdedigers bij Rosenior. Alles met één doel: via korte opbouw gebruik maken van de eigen krachten en/of de zwaktes van de tegenstander.
Hoger op het veld zien we vaak een 3-2-5-structuur ontstaan, waarbij de rechtsback achterblijft en de nummer 10 ook een zeer hoge positie inneemt. Zo probeert Rosenior het veld in de breedte maximaal op te rekken om het verdedigen voor de tegenstander lastig te maken. Hierin zien we vaak positiewisselingen tussen de linksbuiten en de hoog opspelende linksback, of aan de rechterkant tussen de nummer 10 en de rechtsbuiten, om zo dynamiek en verrassing toe te voegen. Tegelijkertijd resulteert dit tegen defensieve ploegen soms in veel geschuif met de bal voordat er een gaatje wordt gevonden, mede omdat zijn ploeg relatief weinig van afstand schiet.
Speelwijze - verdedigend
Defensief ligt de focus met name op het zo snel mogelijk terugwinnen van de bal, ten koste van alles. Waar de meeste ploegen al gedurfd 1-op-1 spelen, gaat Rosenior met zijn ploegen vaak nog een stap verder: met meerdere spelers de passlijnen rondom de bal afsluiten en zelfs met meerdere spelers druk zetten op de 'baldrager'.
Zeker net na balverlies is de druk vanuit Strasbourg enorm hoog, met de risico’s die daar uiteraard bij horen. Na de eerste fase schakelen ze vaak over naar een 4-4-2, waarbij een centrale verdediger doorstapt naar het middenveld indien nodig. Tegelijkertijd wisselt de pressiestructuur ook altijd subtiel, afhankelijk van hoe de tegenstander opbouwt.
In een laag blok verandert het systeem meestal naar een 5-4-1 (waar kennen we die van), waarbij doorgaans één van de twee controleurs de verdediging komt ondersteunen. Alternatief gebeurt dit soms ook door een rechtsbuiten die de rechtsbackpositie inneemt, terwijl de rechtsback het centrum versterkt en de nummer 10 de positie aan de rechterkant overneemt.
Conclusie
Rosenior zou voor Ajax een zeer interessante trainer zijn, die zich met zijn ploeg meer dan goed staande heeft weten te houden met dominant aanvallend voetbal. Aan de bal is het vaak goed verzorgd, met specifieke aandacht voor de lage opbouw. In het drukzetten zijn de ploegen van Rosenior altijd enorm dominant. Al met al zou Rosenior een zeer interessante trainer zijn voor Ajax, hoewel er enige twijfel bestaat over de soms stroperige laatste fase en of de extreem hoge druk past bij de huidige selectie.

Iñigo Pérez
• Geboorteplaats: Pamplona, Spanje
• Leeftijd: 37 jaar
• Meest recente club: Rayo Vallecano
• Aantal jaar actief als hoofdtrainer: twee jaar
• Contract tot: juni 2026
Iñigo Pérez stond na de breuk met Francesco Farioli ook al op het lijstje als mogelijke trainer voor Ajax, en dat valt goed te begrijpen. De jonge Spaanse trainer is inmiddels bijna twee jaar actief als hoofdtrainer van Rayo Vallecano. In zijn eerste seizoen bracht hij de ploeg van een vrijwel zekere degradatie naar de veilige zeventiende plek. In zijn tweede seizoen eindigde Rayo als achtste en nu staat de Spaanse ploeg tiende, na een zwaar programma in de eerste weken, een uitgedunde selectie en wat pech.
Speelwijze - aanvallend
In balbezit zien we bij de ploegen van Pérez herkenbare patronen terug vanuit een 4-2-3-1-structuur. Vaak opereert de rechtsback daarbij aan de binnenkant, terwijl de linksback afwisselend hoog of laag in de buitenbaan speelt. Tegelijkertijd beschikt hij over een zeer goede nummer 10, die veel vrijheid krijgt om te zwerven in balbezit en op specifieke plekken overtal te creëren. Dit gebeurt vaak in de rechter halfspace (de ruimte tussen de flank en het centrum), van waaruit hij de rechtsbuiten in stelling brengt.
Daarnaast valt op dat Pérez het voetbal behoorlijk pragmatisch benadert: wanneer het nodig is, schroomt hij niet om de lange bal of directer voetbal te gebruiken als daar kansen liggen tegen een tegenstander.
Hoger op het veld zien we een vergelijkbare structuur: een rechtsback die vanuit de binnenkant probeert van meerwaarde te zijn, een nummer 10 die over het veld heen zwerft en een linksback die juist veel meters mag maken aan de buitenkant. Opvallend is dat ook de controleurs geregeld verder naar voren bewegen en er extreem veel diepteloopacties plaatsvinden om ruimte te creëren. Patronen en kwaliteiten in het laatste gedeelte ontbreken nog enigszins bij de Spaanse trainer, maar dat kan ook te maken hebben met de kwaliteit van zijn ploeg, die vaak minder sterk is dan die van de tegenstander.
Speelwijze - verdedigend
Eén ding valt zeker op bij het Rayo Vallecano van Pérez: de agressiviteit in het drukzetten. Na balverlies wordt er direct kort doorgedekt en duiken werkelijk alle spelers richting de bal. Zeker in omschakelmomenten wordt daarbij enorm veel risico genomen. Na het eerste drukmoment schakelt zijn ploeg doorgaans over naar een 4-4-2-systeem, waarin de hoge press intact blijft. Vaak schuift daarbij een centrale middenvelder hoog door en stapt een centrale verdediger door in zijn rug.
Lager op het veld worden de linies kort op elkaar gezet en ligt de focus, zoals gebruikelijk, op het verdedigen van het centrum. Ook daarbij wordt veel arbeid gevraagd van alle spelers, inclusief de buitenspelers die soms tot in hun eigen strafschopgebied mee moeten verdedigen. Op die manier wordt zijn ploeg wel geregeld ver teruggedrongen bij fases.
Conclusie
Pérez is een wat atypische Spaanse trainer. De focus ligt sterk op het benutten van de kansen die zich voordoen in balbezit, waarbij patronen ondergeschikt zijn aan wat de wedstrijd vraagt. Defensief gezien is de pressing een enorm wapen, maar het vergt ook een bijzonder uithoudingsvermogen en brengt de nodige risico’s met zich mee. Op het eerste gezicht lijkt hij een passende match met Ajax, mits hij verder werkt aan patronen in balbezit. Dit kan eventueel in samenwerking met de rest van de staf. Dat Pérez een interessante trainer is, staat in ieder geval vast.

Will Still
• Geboorteplaats: Braine-l'Alleud, België
• Leeftijd: 33 jaar
• Meest recente club: Southampton
• Aantal jaar actief als hoofdtrainer: drie jaar
• Contract tot: n.v.t.
Will Still – ook wel bekend als de Football Manager-trainer – was zo belangrijk voor zijn oude club Stade Reims, dat de Fransen een boete van 25.000 euro per wedstrijd accepteerde omdat hij niet over de juiste licentie beschikte. Will Still ruilde al op zeventienjarige leeftijd het voetbalvak in voor het trainersvak, mede omdat zijn interesse was gewekt door Football Manager.
Vandaaruit begon de Belgisch-Engelse trainer in eerste instantie bij Preston, waarna hij afwisselend bij een aantal Belgische clubs (Lierse, Beerschot en Standard Luik) werkte, eerst als videoanalist en vervolgens als assistent-trainer. In diezelfde periode werkte hij ook al kort als assistent-trainer bij Stade Reims in 2021, dat hem in juli 2022 weer terughaalde.
Na het ontslag van hoofdtrainer Óscar García werd hij daar vanaf oktober anderhalf jaar lang succesvol hoofdtrainer (elfde en negende plaats). Na die periode vertrok hij naar Lens, waar hij na een succesvol jaar (achtste plaats) werd overgehaald door Southampton om daarheen te vertrekken, mede ingegeven door privéomstandigheden. Bij de Engelse club werd hij na een moeizame start op 2 november ontslagen.
Speelwijze - aanvallend
In het grootste gedeelte van zijn carrière als trainer tot nog toe kiest Will Still voor een 4-2-3-1-formatie, alhoewel hij ook gedurende bepaalde periodes bij zijn ploegen heeft gekozen voor een 3-4-2-1-formatie. Tegelijkertijd zijn de invloeden van de verschillende formaties op de speelwijze enigszins beperkt bij de Engelse trainer. In de lage opbouw zien we altijd dat Will Still de ruimtes maximaliseert en het veld groot maakt. In een 4-2-3-1 zien we vaak dat de vier verdedigers en de twee controleurs dicht bij de eigen zestienmeter komen te staan, terwijl de overige vier spelers juist zeer diep positioneren. Hierdoor ontstaat vaak een gat tussen deze twee zones, waarbij het de bedoeling is dat de zes achterste spelers plus de keeper dit proberen uit te spelen om daarna gericht een lage pass naar voren te geven voor één van de vier aanvallers om in te lopen. Wanneer dit in een 3-4-2-1 gebeurt, zien we vaak dat beide wingbacks hoog gaan staan en dat eigenlijk hetzelfde patroon ontstaat, maar dan met vijf s
Eenmaal hoger op het veld aangekomen, is de structuur in beide formaties gelijk: vaak is dit een 3-2-5-structuur. Meestal doet hij dat door in de 4-2-3-1 één van de backs naar voren te schuiven. Vanuit deze formatie zoekt zijn ploeg geduldig naar momenten waarin spelers in de halfspaces (de ruimte tussen de flank en het centrum) vrijkomen om hen aan te spelen. Ook zien we vaak dat één van de aanvallende middenvelders uitzakt richting de vleugel om daar de bal op te halen en zo een overtal op die flank te creëren. Als laatste valt op dat Still altijd met veel spelers in de zestienmeter aanwezig is bij voorzetten; niet zelden zijn daar zes of soms zelfs zeven veldspelers te vinden.
Speelwijze - verdedigend
Defensief gezien valt op dat hij tijdens het drukzetten vrijwel altijd kiest voor hoog drukzetten, middels man-op-man-pressie. In die man-op-man-pressie ligt de nadruk op het beschermen van het centrum, waarbij zijn spelers wachten tot hun directe tegenstander de bal krijgt, dat is het signaal om druk te zetten. Daarbij valt ook op dat spelers die verder van de bal afstaan naar het centrum bewegen om daar rugdekking te geven aan ploeggenoten en tijdelijk hun directe tegenstander loslaten. Deze aanpak vraagt echter veel loopvermogen en vooral een goede timing van zijn ploeg; het komt namelijk enorm nauw wanneer er druk gezet wordt, iets waarvan de vraag is of Ajax dit bezit.
In het lage blok zakt zijn ploeg in, en zien we dezelfde principes min of meer terug. De flank wordt losgelaten en het centrum wordt nadrukkelijker verdedigd. Vaak zien we daarbij dat de buitenspelers of de nummers 10 (afhankelijk van de formatie) behoorlijk nauw komen te staan en geregeld de voornaamste spelers zijn die druk geven op het centrum, terwijl de spits zich meer bezighoudt met de controlerende middenvelder om zo defensief een extra middenvelder te creëren.
Toch behoudt de ploeg van Still vrijwel altijd het initiatief in het drukzetten: elk moment dat een pass terug of breed wordt gespeeld, schuift zijn ploeg weer op naar voren. Het nadeel hiervan is wel dat dit een zeer zuivere afstemming vereist en dat de onderlinge afstanden perfect moeten kloppen; anders is het met één gerichte dieptepass meteen afgelopen. De vraag is of dit bij Ajax mogelijk is.
Conclusie
Will Still lijkt op voorhand een interessante trainer, die op dit moment zonder club zit en enigszins haalbaar lijkt. Het is een jonge trainer die qua speelstijl in veel facetten bij Ajax lijkt te passen. Tegelijkertijd bestaat er wel enige twijfel: hij is inmiddels ontslagen na een mislukt avontuur bij Southampton, en zijn speelstijl zal met name in het defensieve gedeelte de nodige uitdagingen met zich meebrengen.
Het 1-op-1 drukzetten, gecombineerd met de afstanden naar het centrum die belopen moeten worden en het tegelijkertijd doorstappen naar voren bij een terugpass, vraagt op dit moment nog wel het een en ander van Ajax. Tegelijkertijd heeft Still zich ook als een flexibele trainer getoond. Of dit genoeg is, zal de leiding van Ajax moeten bepalen.

Kjetil Knutsen
• Geboorteplaats: Bergen, Noorwegen
• Leeftijd: 57 jaar
• Meest recente club: FK Bodø/Glimt
• Aantal jaar actief als hoofdtrainer: 7 jaar
• Contract tot: december 2025
Ook ditmaal komt de inmiddels al bekende naam voorbij: Kjetil Knutsen. De Noorse hoofdtrainer begon op 1 januari 2018 aan zijn avontuur bij het toen nog kleine Bodø/Glimt en is inmiddels een gevestigde naam geworden dankzij vier landstitels en, afgelopen seizoen, een halve finale in de Europa League. Op dit moment is hij met zijn ploeg ook nog volop in de strijd om de Noorse landstitel en staan ze op de tweede plaats.
Speelwijze - aanvallend
Knutsen kan omschreven worden als een echte patroontrainer: hij heeft een heel duidelijke visie en plakt deze op elke situatie. In de lage opbouw is er een duidelijk herkenbare 4-3-3 met de punt naar achteren. In deze formatie positioneren beide backs zich vaak heel laag en redelijk smal, ter hoogte van de centrale verdediger, waardoor er een linie van vier ontstaat. Daarvoor staat Patrick Berg als echte spelverdeler, met twee aanvallende middenvelders die de twee halfspaces (de ruimte tussen de flank en het centrum) bezetten. De buitenspelers zorgen ervoor dat het veld opgerekt wordt. Vanuit deze vrij strakke formatie zoekt hij naar manieren om tot aanvallen te komen. Daarbij krijgen zijn spelers enorm duidelijke instructies mee.
Hoger op het veld zien we hetzelfde terug bij de ploegen van Knutsen: er zijn heel duidelijke patronen. De backs krijgen dan op gerichte momenten de mogelijkheid om eroverheen te gaan aan de binnenkant, terwijl de back aan de andere kant dan gerust afwacht. Zelfs de bezetting in de zestienmeter is op elk moment exact gepland. Hij zoekt altijd de lage, teruggetrokken voorzet om vandaaruit tot kansen te komen, met bezetting van de twee aanvallende middenvelders en de buitenspelers bij de tweede paal, en de spits die altijd naar de eerste paal beweegt.
Hier schuilt ook exact het nadeel van Knutsen: als trainer is hij niet bepaald tactisch variabel, en het is zeer de vraag wat er gebeurt als tegenstanders een oplossing weten te vinden. Op dit moment wint hij in de Noorse competitie ook vooral door een surplus aan kwaliteit. Tegelijkertijd brengt hij natuurlijk wel een duidelijke structuur naar Ajax toe.
Speelwijze - verdedigend
Ook hoog drukzetten past in het systeem van Knutsen, waarbij de focus met name ligt op het afdwingen van passes richting de vleugel om dat als drukmoment te gebruiken. Dit doet hij afwisselend vanuit een 4-1-4-1-formatie of een 4-3-2-formatie. Op die manier dwingt zijn ploeg behoorlijk succesvol passes richting de vleugel af. Op het moment dat de pass gegeven is, dekt vaak zijn hele elftal door richting die bal, om zo een tegenstander op te sluiten. Vaak worden alle spelers rondom de bal vastgezet, en wordt de spelers aan de bal ingesloten vanaf meerdere kanten.
Mocht de tegenstander langdurig balbezit krijgen en zijn ploeg worden teruggedrongen, dan kiest Knutsen voor een 4-3-3-formatie of 4-5-1-formatie. Vanuit die formatie wordt continu getracht het centrum te beschermen en momenten te zoeken om weer verder vooruit te kunnen stappen.
In een laag blok zien we vaak dat er veel afhangt van het positioneren van de nummer 6, die regelmatig de juiste zones moet dichtlopen. Ditzelfde geldt in behoorlijke mate voor de buitenspelers en de aanvallende middenvelder: Knutsen vereist veel defensief werk van zijn spelers. Hoewel dit defensief geregeld tot succes leidt, heeft het ook een keerzijde: spelers hebben geregeld maar minimaal de energie om nog van betekenis te zijn in de omschakeling.
Conclusie
Dat Knutsen een goede trainer is, staat buiten kijf. Zijn visie op voetbal staat dicht bij het Ajax-voetbal: een aanvallende 4-3-3 met de punt naar achteren en herkenbare patronen in balbezit. Ook defensief staat hij voor hoog drukzetten en verdedigende discipline. Toch kleven er ook twijfels aan deze hoofdtrainer. Zo is hij tactisch niet bijzonder variabel en schijnt hij een behoorlijk salaris op te strijken in Noorwegen. Of Ajax in hem de ideale trainer ziet, zal de tijd moeten uitwijzen.

Erik ten Hag
• Geboorteplaats: Haaksbergen, Nederland
• Leeftijd: 55 jaar
• Meest recente club: Bayer Leverkusen
• Aantal jaar actief als hoofdtrainer: 12 jaar
• Contract tot: n.v.t.
De meest voorspelbare naam van het lijstje is (net zoals in mei) Erik ten Hag. Na een ultrakort avontuur bij Bayer Leverkusen is de Nederlandse trainer weer transfervrij. Bij Manchester United deed Ten Hag het behoorlijk, gezien de staat van de Engelse grootmacht. Ondanks het feit dat zijn avontuur in Manchester ook geen groot succes werd, deed hij het qua statistieken vergeleken met zijn voorgangers en opvolgers zeker niet slecht.
Speelwijze - aanvallend
In de opbouw zien we bij Ten Hag vaak verschillende opties, maar meestal heeft hij de voorkeur om met drie verdedigers te bouwen. Vaak zakt één van de controleurs in zijn meest gebruikte 4-2-3-1-formatie uit naast de centrale verdedigers. De andere controleur posteert zich kort voor de drie opbouwers en krijgt vaak steun van één van de backs. De andere back beweegt zich vaak verder naar voren om ruimte te trekken in de opbouw.
Verder hamert Ten Hag op veel diepteloopacties in de eerste fase om ruimte te creëren. Tegelijkertijd bijt Ten Hag zich niet vast in één formatie: hij speelde eerder ook in een 4-4-2 (succesvol bij FC Utrecht) en in een 3-4-2-1 (Leverkusen, minder succesvol). Al met al zijn het inmiddels vrij traditionele ideeën over voetbal, maar hij brengt hier vaak wel structuur in aan. Vanuit die structuur krijgen spelers vervolgens de vrijheid om van positie te wisselen.
Hoger op het veld valt bij Ten Hag op dat hij altijd hamert op wat hij minimale breedte noemt. Dit is de breedte die nodig is om een tegenstander wel in de breedte op te rekken, maar zonder jezelf onnodig uit positie te halen. Daarnaast positioneren de backs zich bij hem altijd asymmetrisch: de één staat hoog en de ander behoudt de restverdediging, of andersom. Ook in deze fase legt hij veel nadruk op diepteloopacties.
Speelwijze - verdedigend
Defensief kiest Ten Hag, zoals de meeste trainers, voor het afschermen van het centrum. Dit doet hij vaak door in zijn geliefde 4-2-3-1 druk te geven, waarbij de focus van de buitenspelers ligt op het eerst afschermen van het centrum, om zo passes naar voren te voorkomen. Zodra dat lukt, wordt er druk vooruit gezet. Vaak dekt dan één van de buitenspelers door richting de centrale verdediger, terwijl een back in zijn rug doordekt naar voren.
In een lager blok zien we dezelfde 4-2-3-1 ontstaan, waarbij de buitenspelers weer enorm centrale posities innemen. Met name als de bal aan de contrazijde is, zien we de buitenspeler bijna als extra middenvelder spelen. De buitenspeler aan de balkant moet daarentegen vaak ver mee terug om zijn back te ondersteunen. Daarnaast staan de twee controleurs meestal kort voor de verdediging en moeten ook zij tot in de zestien meter terug wanneer de situatie daarom vraagt.
Conclusie
Erik ten Hag is in alles de optie van degelijkheid voor Ajax: je weet wat je kan verwachten, en het zal in elk geval een stap omhoog zijn voor de Amsterdammers. Tegelijkertijd zijn de meeste van zijn ideeën niet vernieuwend, maar ze geven wel een bepaalde vastigheid waaraan de spelers zich kunnen optrekken. Bovendien heeft Ten Hag laten zien zich tot in de puntjes voor te bereiden op wedstrijden en daarin ook echt het verschil te kunnen maken. De vraag is of hij bereid is de stap terug naar Ajax te maken om zijn carrière nieuw leven in te blazen, en of de technische leiding kiest voor degelijkheid of juist voor vernieuwing.

Eindconclusie
Al met al zijn er meerdere goede trainers beschikbaar voor Ajax op dit moment. Variërend van de jonge talentvolle trainers in Rosenior, Knutsen en Perez, tot de meer ervaren Knutsen en Ten Hag. De vraag zal zijn wat voor Ajax de doorslag geeft; de ervaring of de vernieuwende trainer voor de toekomst. Voor beide groepen valt wat te zeggen. Eén ding is zeker, saai is het in Amsterdam nooit de afgelopen jaren op trainersvlak. Wie ditmaal de trainer wordt, blijft nog even afwachten.

















