
Oranje op rapport: één uitblinker en veel zorgenkindjes in New York
Het Nederlands elftal heeft de laatste testcase op weg naar het WK winnend afgesloten. Het armetierige Oezbekistan werd met pijn, moeite en een doelpunt in de 98ste minuut verslagen: 2-1. VoetbalPrimeur geeft rapportcijfers aan de elf basisspelers en bondscoach Ronald Koeman.
Bart Verbruggen – 6: veel kreeg hij niet te doen, maar vroeg in de tweede helft lag Verbruggen wel kermend van de pijn op de grond. Hij probeerde het nog ruim tien minuten en liet zich uiteindelijk wisselen na een tweede blessurebehandeling. De vraag is of hij tegen Japan kan keepen.
Denzel Dumfries – 6: tegen Oezbekistan maakte Dumfries zijn eerste Oranje-minuten op weg naar het WK. Dat deed de 72-voudig international naar behoren: met een splijtende pass stond hij aan de basis van de openingstreffer.
Jan Paul van Hecke – 6,5: na het wegvallen van Jurriën Timber, net als eerder Matthijs de Ligt en Stefan de Vrij, lijdt het helemaal geen twijfel meer dat Van Hecke gaat spelen op het WK. Hij vierde zijn 26ste verjaardag met een soeverein optreden, al had hij ook maar weinig te vrezen van de Oezbeken.
Virgil van Dijk – 6: met zijn bulderende stem gaf hij letterlijk en figuurlijk leiding aan Oranje. Wel lag concentratieverlies op de loer. Met zijn kopkracht – zijn er betere koppers op het WK? – gaat hij ook in het aanvalsspel cruciaal zijn.
Micky van de Ven – 5,5: in de eerste minuut een slippertje, maar Van de Ven toonde beterschap en was op alle fronten zijn directe tegenstander(s) de baas. Bij de late gelijkmaker dekte hij wel aan de verkeerde kant. Aanvallend kan Van de Ven ook meer doen.
Ryan Gravenberch – 5,5: alleen met zijn imposante rushes over het veld liet Gravenberch een blijvende indruk achter. Verder was zijn optreden vrij kleurloos.
Frenkie de Jong – 6: het viel op dat De Jong zich meer dan eens liet uitzakken tussen Van Hecke en Van Dijk, om zo vorm te geven aan de opbouw van Oranje. Zijn stempel kon hij echter niet drukken. Halverwege de tweede helft werd hij gespaard door Koeman.
Tijjani Reijnders – 5,5: na een kwartier miste Reijnders een grote kans op de 1-0. De nummer 10 van Oranje heeft de loopacties en het schot in zijn arsenaal, maar het ontbreekt hem soms aan de creativiteit om zijn ploeg écht bij de hand te nemen. Ook in de blessuretijd miste Reijnders een grote kans.
Crysencio Summerville – 6: in 2008 liep Usain Bolt in het Icahn Stadium zijn eerste wereldrecord op de 100 meter sprint (9,72 seconden). Achttien jaar later had de linksback van Oezbekistan hetzelfde gevoel bij Summerville, die zijn explosiviteit en diepgang toonde bij het versieren van de penalty. Toch kon hij zijn hoge niveau niet volhouden en tot overmaat van ramp gaf hij de 'assist' bij de late gelijkmaker.
Donyell Malen – 5: boordevol zelfvertrouwen meldde Malen zich in het Oranje-kamp, maar veel lijkt daar op dit moment niet van over. Net als tegen Algerije hielp Malen een niet te missen kans om zeep. Brian Brobbey en Memphis Depay hijgen hem in de nek.
Cody Gakpo – 7,5: na een kwartier had hij al op twee assists kunnen staan, als Malen en Reijnders het vizier op scherp hadden staan. Gakpo gooide de schroom van zich af, was niet voor het eerst de beste en gevaarlijkste Oranje-aanvaller en kroonde zich tot matchwinner met twee rake penalty's.
Invallers
Brian Brobbey – x: viel na 65 minuten in voor Malen, zag een doelpunt afgekeurd worden en speelde te kort voor een beoordeling.
Mark Flekken – x: viel na 67 minuten in voor Verbruggen en speelde te kort voor een beoordeling.
Guus Til – x: viel na 72 minuten in voor De Jong en speelde te kort voor een beoordeling.
Bondscoach
Ronald Koeman – 5: het resultaat was niet het belangrijkst, maar ongetwijfeld zal de bondscoach balen als een stekker van de laatste testcase richting het WK. Koeman heeft een ei te leggen over de positie onder de lat en de spits.
















