Gemor rond Gio: waarom Feyenoord wél of niet moet doorgaan met Van Bronckhorst

21 februari om 12:30

Mocht Feyenoord zondag verliezen van PSV, dan loopt de achterstand op de koploper op tot liefst 23 (!) punten. Nooit eerder deed een kampioen het zó slecht in het seizoen na het veroveren van de titel. Vanuit de Rotterdamse achterban klinkt er inmiddels steeds vaker gemor over Giovanni van Bronckhorst. Moet de trainer worden afgerekend op een zwaar teleurstellend jaar of doet de leiding van Feyenoord er juist verstandig aan om pal achter hem te blijven staan? Stoppen óf steunen: VoetbalPrimeur zet de argumenten op een rij.  

Stoppen: onacceptabel seizoen
Eindelijk bevestigde Feyenoord het predikaat 'topclub'. Achttien jaar had Het Legioen gewacht op een nieuwe landstitel. Na het veroveren van het kampioenschap, op die magische middag van Dirk Kuyt, zei de leiding van Feyenoord dat de club vanaf nu élk jaar ging meestrijden om plek één. Dit was de nieuwe standaard. Van die ambitie is dit jaar werkelijk niets terecht gekomen. Feyenoord faalde in de Champions League en zwalkt in de Eredivisie. Het seizoen is mislukt en de wetten van het topvoetbal schrijven voor dat de trainer dan vaak de pineut is.  

Steunen: kans op wéér een hoofdprijs
In zijn eerste volledige seizoen als trainer van Feyenoord won Van Bronckhorst de KNVB Beker. Dat succes werd een jaar later overtroffen met het binnenslepen van de landstitel. Dit jaar kan het drie op een rij worden voor de trainer: Feyenoord neemt het in de halve finale van het bekertoernooi op tegen Willem II en maakt dus een goede kans op het bereiken van de eindstrijd. Als Van Bronckhorst er zelfs in een matig jaar in slaagt om tóch weer een prijs te pakken, dan kunnen directeuren Jan de Jong en Martin van Geel het eigenlijk niet maken om hun trainen de laan uit te sturen.  

Stoppen: selectie boekt geen progressie
De ontwikkeling die veel spelers van Feyenoord doormaken, is teleurstellend om te zien. Beter gezegd: het gebrek aan ontwikkeling, dus. Steven Berghuis is eigenlijk de enige die het écht goed doet. Bilal Basacikoglu, Kevin Diks, Sam Larsson en Jean-Paul Boëtius stellen dit jaar teleur. Dat mag Van Bronckhorst worden aangerekend. In de voetbalwereld is het vrij gangbaar dat de welbekende chemie tussen een trainer en een spelersgroep na een paar jaar is uitgewerkt. Het lijkt erop dat dit punt nu is bereikt in Rotterdam-Zuid. 

Steunen: Van Geel óók verantwoordelijk
Niet alleen Van Bronckhorst mag worden afgerekend op een teleurstellend seizoen. Als vervangers van uitblinkers Rick Karsdorp en Eljero Elia haalde Van Geel Kevin Diks, Jean-Paul Boëtius en Sam Larsson naar de club. Dat blijken (nog) bepaald geen voltreffers. Kuyt hing zijn voetbalschoenen aan de wilgen en daarmee werd de pikorde in de kleedkamer plots verstoord. Van Bronckhorst drong op de Feyenoord-burelen ongetwijfeld aan op de snelle komst van Robin van Persie; Van Geel slaagde er afgelopen maand pas in om de routinier vast te leggen. Dit is zíjn selectie.  

Stoppen: geen duidelijke visie
Steeds vaker werpen de tactische keuzes van Van Bronckhorst vraagtekens op. Na twee derde van het seizoen lijkt de coach nóg niet te weten wat zijn beste opstelling is met deze spelersgroep. Hij klooide met de keepers, gebruikt Jens Toornstra als een soort joker, blíjft maar wisselen met zijn buitenspelers en deed onlangs in Venlo een 'Advocaatje' door goalgetter Nicolai Jörgensen naar de kant te halen. Niet zo gek dat Feyenoord dit seizoen niet stabiel is. Er staat een trainer aan het roer die niet weet wat-ie wil.  

Steunen: Cocu als voorbeeld
Op basis van vorig seizoen verdient Van Bronckhorst veel, héél veel krediet. Een slecht jaar wil niet zeggen dat er geen basis is voor succes in de nabije toekomst. Kijk bijvoorbeeld naar PSV, waar Phillip Cocu in zijn eerste seizoen onder vuur kwam te liggen. De leiding in Eindhoven ging achter de trainer en in de twee jaargangen daarop werd PSV kampioen van Nederland. Na een dramatisch seizoen, met een paar gerichte aankopen erbij, kan de situatie er snel ineens heel anders uitzien.